Door: Peter van der Meer, auteur Edubook Marketing

Marketing:
Hoe introduceer je het concept marketing?

Veel mensen, niet alleen studenten maar ook ondernemers uit het mkb-segment, verwarren marketing nog altijd met reclamemaken. Wanneer ik in een introductiecollege vraag wat studenten denken dat marketing is, dan komen allerlei op communicatie- en advertentiegerichte kernwoorden voorbij. Ook ondernemers weten vaak niet goed wat ze met het begrip marketing aan moeten. Ik heb studenten eens gevraagd ondernemers hierover te ondervragen en de meesten antwoordden dat marketing draait om het creëren van bekendheid voor hun producten of hun bedrijf. Het mag dan ook geen verbazing wekken dat wanneer je studenten vraagt wat de belangrijkste vaardigheden zijn die zij nodig hebben om als marketeer aan de slag te gaan zij creativiteit en mondelinge communicatievaardigheden noemen (eigen onderzoek in 2016 onder studenten van de Universiteit Utrecht gebaseerd op vragenlijst Gray et al., 2007). Studenten denken dat je als marketeer een creatieve pitch moet leveren…

Maar hoe maar je duidelijk wat marketing wel is? Wij kennen allemaal de definitie van Kotler of van het NIMA, maar om de één of andere manier is die definitie niet een intuïtief juiste verwoording van wat marketing is. Zelf ben ik zeer gecharmeerd van de ‘definitie’ van Sergio Zyman die ooit The End Of Marketing As We Know It schreef en in een YouTube-filmpje (te?) simpel stelt dat marketing gelijk is aan:

Selling more products or services, to more customers, more often, for more money, and at the same time being more efficient in order to create more profit .

Wanneer je dit voorlegt aan ondernemers dan snappen ze ineens wel dat het bij marketing draait om meer dan alleen reclamemaken (en als bijkomend voordeel wordt tegelijkertijd Sales het vakgebied ingetrokken).

Sergio Zyman on Marketing Today | duur 3:52 minuten

Bovenstaande beschrijving mag dan bij ondernemers weerklank vinden (zij zijn immers de hele dag bezig om ‘iets’ te verkopen), bij studenten werkt dit minder. Zij hebben immers vaak geen voeling bij het concept verkopen. Zelf iets kopen kennen zij daarentegen echter wel. Een interessante manier om studenten kennis te laten maken met de verschillende facetten van marketing is daarom door ze na te laten denken over een aanschaf dat zij onlangs hebben gedaan. Eerst vraag ik ze of zij zich iets herinneren wat zij in de afgelopen week hebben gekocht. Dat kan iets groots zijn (kleding of huishoudelijke apparaten) maar ook het kopje koffie dat zij vanochtend bij de Starbucks of Lebkov & Sons hebben gedronken. Wanneer zij hun aankoop hebben opgeschreven vraag ik of zij hun buurman of -vrouw kunnen aangeven waarom zij die hebben gedaan. Daarna komt de schifting… ik vertel ze dat zij het product om één van de volgende vier redenen hebben gekocht:

Oplossing

Oplossing

Zij hadden het product nodig om een probleem op te lossen.

Vindbaar

Vindbaar

Zij konden het product vinden.

Veroorloofbaar

Veroorloofbaar

Zij konden zich het product veroorloven.

Bekendheid

Bekendheid

Zij kenden het product.

Vervolgens vraag ik ze hun keuze aan één van de redenen te koppelen. Vaak denken studenten dat er één reden ontbreekt: zij zeggen dat zij het product kochten omdat zij het ‘verdienden’. Maar is dit niet hetzelfde als het oplossen van het probleem ‘hoe troost of beloon ik mijzelf?’ Alle producten of diensten passen op de één of andere manier binnen deze vier categorieën en het valt de goede verstaander waarschijnlijk op dat de basiselementen van de marketingmix hier tot uitdrukking komen. Studenten zien dan ook dat reclamemaken slechts één van de vier basiselementen van marketing is, of je nu de marketingmix uitwerkt als vier p’s of vier C’s.

Nu studenten zich realiseren dat bij marketing meer komt kijken dan slechts reclamemaken, kunnen wij verder met de cursus... of met het Edubook Marketing, want ook daar starten wij met deze vierdeling.

Kernvragen binnen de marketing

De vier p’s

De vier c’s

1. Wat heeft een klant nodig om een probleem op te lossen?

P. Product

C. Consument

2. Waar kan de klant het product vinden?

P. Place

C. Convenience

3. Hoeveel is het de klant waard?

P. Price

C. Convenience

4. Hoe weet de klant dat wij de behoefte kunnen vervullen?

P. Promotion

C. Communication